77.
't Gehuicheld wee perst tranen uit elks oogen
Van echte smart, en 't ruwst gemoed wordt zacht.
Men treurt, en zucht, tot smeltens toe bewogen:
- ‘Als Godfried nog blijft zwijgen op haar klacht,
Dan heeft hij een wolvinneborst gezogen,
Dan is hij uit een steenrots voortgebracht,
Uit de open zee, waar kille golven bruizen! ....
Barbaar, die zulk een schoonheid kan verguizen!’