97.
Fluks zwenkt hij, hier en ginds, naar alle zijden,
Nu rechts, dan links, nu vóór- dan achterwaart;
Al dieper en al meerder wonden snijden
De ontelbre slagen van zijn haamrend zwaard,
Terwijl hij al zijn kracht en kunst in 't strijden,
Zijn ouden wrok en nieuwen moed vergaârt:
Zoo is hij tot des Heidens val besloten,
Met zijn geloof en God tot bondgenooten.