16.
Niet één, niet twéé dier honden daagt hij uit,
Maar drie, maar vier, maar vijf, al wie durft komen,
't Zij hoog of laag, en uit wat bloed hij spruit'!
Een vrijgeleî legge elk geweld aan toomen:
En hij die valt - gelijk de krijgswet luidt -
Worde als zijn slaaf door d' andre meêgenomen!’
Hij spreekt, en ijlings kiest zich zijn heraut
Een purpren wapenrok, doorstikt met goud.