22.
Mij dunkt, ik zie - eer de eeuwige Planeet
Een groot getal van jaren heeft doorvlogen -
Den Man, die 't Oost met heerlijkheid bekleedt
En aan wiens voet Egypten ligt gebogen.
'k Zie hem met Kunst en Kennis toegereed;
Zijn Deugdenbeeld staat heerlijk voor mijn oogen;
En duidlijk is 't, dat hij het dwanggeweld
Van 't Frankiesch rot niet enkel perken stelt,