85.
De trotschaart roept, met haatlijk knarsentanden:
- ‘Waar toeft hij dan, die Tankred, die, zoo groot
En vreeselijk, den hemel aan woû randen,
En eindlijk bibbrend uit het kampperk vlood?
Al schuilt hij ook in 's afgronds ingewanden,
Of 't hart der zee, toch zweer ik hem den dood!’ -
- ‘Wat!’ dondert Reimont, ‘hij voor ú gevlogen?
Zijn meerdre gij? Barbaar, dat is gelogen!’ -