111.
Ziet hoe hij aller blikken, aller kreeten
En wapenen en paarden weêrstand biedt!
Hij mag alleen geheel een leger heeten,
Hij, die alom zijn oorlogsbliksems schiet.
Zijn lichaam is gewond, zijn schild gespleten;
Hij druipt van zweet en bloed, maar voelt het niet;
Tot eindelijk de ontelbre vluchtelingen
Zijns ondanks hem tot haastig wijken dwingen.