69.
Maar 't staat aan u, mijn strafgericht te ontkomen:
Aanvaardt terstond het voorstel dat ik doe!
Wordt Heidenen! Plengt Christenbloed bij stroomen!
Ontwringt Buljon zijn ijzren geesselroê! ....”
Met afschuw wordt de schandlijke eisch vernomen,
Met moed versmaad - alleen stemt Rambout toe.
Wij werden in een kerker neêrgesmeten,
Waar zelfs geen straal ons groette door de reten.