4.
En mij aangaande, ik wil in elk gevaar,
In nood en dood, tot helper U verstrekken,
De vruchten U van menig levensjaar,
Van al mijn kunst en wetenschap doen trekken.
Ik wil, dat zelfs de machtige Englenschaar
Die God verwierp, U met haar schild zal dekken.
Maar eer ik mijn bezweeringen begin,
Verneem mijn plan, en sla mijn wegen in!