85.
Of had misschien zijn rechter mij doorstoken,
'k Had dankbaar nog die slaande hand gekust!
Dan ware althands dit lijdend hart gebroken,
En toch door hém mijn minnewee gesust.
Mijn lichaam sliep, in 's aardrijks schoot gedoken,
Mijn geest vloog uit naar 't Vaderland der Rust:
Wellicht schonk de Overwinnaar mijn gebeente
Een enklen traan, een vriendlijk grafgesteente!