19.
- ‘Wat! Reinout-ook durft naar den voorrang haken?
Sproot hij dan voort uit zulk een Heldenrij?
Noem' hij, die uws gelijke zich durft maken,
De Rijken, bukkend voor zijn heerschappij!
Heel uw geslacht leeft onder koningsdaken:
Wat zijn daar zijn gestorven Vaadren bij?
Wat durft niet al een laffe lansknecht hopen,
In 't slaafsch Italië uit het slijk gekropen!