72.
'k Zag Reinout-zelv'! Ik blikte hem in 't oog!
'k Heb hem omhelsd! Zijn stem klonk in onze ooren
De jammermaar, die u verschrikte - loog!
Voorwaar, hij leeft! frisch, krachtig als te voren!
In 't bijzijn van een enklen pelgrim toog
Hij van ons weg bij 't derde morgengloren:
Hij reisde naar Antiochië, en liet
Zijn bloedig kleed aan d' oever van een vliet.’ -