98.
Nu ziet zij in, hoe dwaas de poging is,
In krijgsmansdosch door 's vijands kamp te trekken.
Eer zij hém vond, om wiens behoudenis
Zij komt, wil zij geens anders aandacht wekken.
Zij wenscht, in stilte en van haar eer gewis,
Zich plotsling aan heur hartevriend te ontdekken.
Dies houdt zij stand en spreekt, na wijs beraân,
Voorzichtig haar getrouwen leidsman aan: