102.
Dof dreunt de pees; de pijl springt los, en fluit
Door 't luchtruim heen: zóó vliegt in dorre streken
De schorpioen op vliezen vlerken uit.
Hij treft den Graaf: de gordelgespen breken,
Het harnas scheurt, de pijlpunt grieft den huid,
Maar stort geen bloed en blijft onmachtig steken:
Want de Engel Gods hield over Reimont wacht,
Ving 't vliegend ijzer op, en brak zijn kracht.