13.
Zoo spreekt hij, en de schrikmaar, voortgedragen
Op d' aâm des winds, bereikt der Christnen schaar.
Zij staan verstijfd, met stommen schrik geslagen,
Zoo plotseling verrast hen 't doodsgevaar.
Wie zal hier bede of tegenwerping wagen?
Wie vlucht hier, of ontworstelt den Barbaar?
Toch zou de hulp zich op doen voor de vroomen,
En - op een wijz', die niemant durfde droomen.