15.
Hij zet zich naast den Sultan op een wagen,
Die naast hen staat, en ment met meesterhand
Het rosgespan, in 't blank gareel geslagen,
Rank als de teelt van Yemens lustwarand.
't Gaat snel - zóó snel, dat onder 't voorwaardsjagen
Noch wiel noch hoef een teeken laat in 't zand:
Voort briescht het, als op dampende onweêrvleugels,
En vlokken schuim besneeuwen trens en teugels.