17.
Hij rent naar 't kamp, en voor Buljon verschenen,
Die in den kring van al zijn Eedlen blinkt,
Begint hij: - ‘Heer, wilt gij mij vrijheid leenen
Om onverbloemd te ontdekken wat mij dringt?’ -
- ‘Spreek,’ zegt Buljon, ‘wat ook uw zenders meenen,
Vrees niet, gij zijt van Christenen omringd.’ -
- ‘Wij zullen zien,’ is 't andwoord, ‘of mijn woorden
Geneucht of schrik verspreiden in deze oorden!’ -