23.
Hij haast zich, hem het middel aan te toonen,
Dat hij den weg ter overwinning acht.
Aan 's Konings Nicht, wordt, onder duizend Schoonen,
Heel 't Oosten door, de zegepalm gebracht.
Wat listen ooit in vrouwenboezem wonen,
De Tooveres heeft ze allen in haar macht.
Haar roept de Vorst verlangende aan zijn zijde,
Opdat zij meê zich de onderneming wijde.