110.
Zóó deze, die voor de oude minnedorst,
Wier vlammen haar doorblaken en verslinden,
Welhaast (o vreugd!) aan Tankreds trouwe borst
De zaligste verkwikking dacht te vinden!
Zij ziet zich in haar blijden loop geschorst,
Bedreigd, vervolgd door wapens die haar blinden,
Vergeet in de angst haar zoete razernij,
En - drijft het ros de sporen in de zij'.