79.
En gij, zijn trouwe en onverwonnen braven!
Bij wel en wee medeërven zijner eer!
Bewaart wat U de Lukgodinnen gaven,
Maar o, ontboeit den dollen krijg niet weêr!
De zeeman zoekt een vriendelijke haven,
Waar 't schip ontsnapt aan de ongenâ van 't meir:
Gij, doet als hij! reeft de opgezwollen zeilen!
En schuwt een zee, die nimmer is te peilen!’ -