71.
Hij sprak: - de nacht is middlerwijl gevallen;
De sluimring spreidt haar sluier over 't dal,
En drupt in 't hart dier honderdduizendtallen
Heur heulsap neêr, en sust het rouwgeschal.
Maar Godfried vreest, dat hij des vijands wallen
Slechts door geweld van krijgstuig winnen zal,
En peinst waaruit en hoe hij 't saam zal stellen,
En voelt den slaap zijn harde sponde ontsnellen.