6.
Zoo sprak Buljon. Zijn broeder nam het woord
Voor de anderen: - ‘O Veldheer, wij versmaden
Die wijsheid niet, die tot uw plicht behoort,
Die wikt en weegt om 't veiligste aan te raden:
Maar 't oorlogsvuur dat in onze aadren gloort,
Eischt koenen moed en onverwijlde daden:
Dat overleg, dat ú ten lauwer wast,
Ware óns een lafheid, die geen helden past!