83.
't Is Aladijn. Geholpen door verraadren,
Heeft hij sints kort den koningsstaf geroofd.
De tyrannij, eens vlammende in zijn aadren,
Is door den tijd getemperd, niet gedoofd.
En nu hij weet wat straffende englen naadren,
Is 't of de kroon hem wankelt op het hoofd:
Hij voelt het hart van d' ouden wrok verslinden,
En vreest de hand van vijanden en vrinden.