36.
Vorst Solyman, ziedaar Swens moordenaar!
Swens eigen zwaard moet Solyman doen vallen!
Ga, breng het dan naar die doorluchte schaar,
Wier kruisvaan smacht naar Sions veege wallen.
Vrees niets op weg! Geen schaduw van gevaar
Bedreigt u, zelfs geen hoefslag zal er schallen:
Want die u redt, de Heer der heerlijkheid,
Heeft met Zijn arm een effen baan bereid!