60.
Deez' vragen nu bij Godefried gehoor;
En - worden tot zijn bijzijn toegelaten.
Zij vonden hem, maar zonder glans of gloor,
Omgeven van zijn edelste soldaten.
De Deugd behoeft geen throonstoel van ivoor:
Haar licht blinkt meer dan paarlen en granaten....
Koel groet Argant, met onverholen trots,
Den Krijgsheld in zijn nederigen dosch.