27.
Zijn stem geleek een donder, en het wapen
De flikkring van een blaauwe bliksemflits:
De lastraar beeft: het angstzweet dekt zijn slapen:
Geen uitkomst meer! Nu is zijn dood gewis!
Toch, in 't gezicht van Ridderen en Knapen,
Speelt hij den held, lafhartig als hij is,
En haast hij zich, tot tegenweer besloten,
Hoe noô dan ook, het zijdgeweer te ontblooten.