58.
Terwijl Buljon dus Stad en Land bespiedt,
Peinst hij wáár 't best het kamp wierde opgeslagen,
En van wat zij' 't vijandlijk grondgebied
Het allerminst den aanval zou verdragen.
Herminia ontwaart hem in 't verschiet,
En haast zich tot zijn glorie te gewagen:
‘Dat is Buljon, die daar in 't purper praalt:
Wat grootheid, waar geen koningsglans bij haalt!