66.
‘Welaan dan, gij die Christenhelden heet,
‘Bereidt u thands tot strijden en verwinnen! ....
Zoo klinkt zijn woord, dat wondre werking deed,
Want nieuwe moed stroomde aller boezem binnen:
En 't gantsche heir stond tot den tocht gereed,
Eer 't morgenrood nog flikkerde aan de tinnen.
Buljon - alléén, schoon hij omzichtig zwijgt,
Gevoelt een zorg, die altijd hooger stijgt.