62.
‘Doorluchtig Held, wien éénig en alléén
De hulde past van zooveel heldenscharen,
Die, onverwrikt U volgende op uw schreên,
Steeds nieuwe buit en nieuwe lauwren gaâren!
Uw glorie drong door Herkles' zuilen heen',
En zweefde tot ons over op de baren.
Zoo ver de Nijl zijn blaauwe golven kruit,
Roept hij uw naam bij elken golfslag uit.