63.
Alom weêrklinkt, op bergen en in dalen,
't Gerucht van uw triomfen door de lucht.
Mijn Koning-zelf vernam ze duizendmalen,
Steeds weêr verbaasd en met vernieuwd genucht.
Het is zijn lust ze daaglijks te herhalen,
Hij mint in U wat elk benijdt en ducht:
Hij mint den moed; en zoo gij in 't geloove
Verschillen moogt, zijn eerbied dempt die klove.