43.
Maar denkt Buljon mijn woorden en mijn daden
Te loonen met zoo schandelijk een lot,
Meent hij, dat ik, met kluisters overladen,
Zal bukken in een vunzig kerkerkot,
Hij kome, en zie, hoe ik een beul durf smaden,
Vertrouwende op mijn wichtig staal en God!
Hij wil nu toch de menigte onzer haatren
Een Treurspel biên, dat hen van vreugd doet schaatren!’