43.
'k Dank Arbilan, Damaskus' koning, 't leven;
Chariklia had hem uit lager rang
Als Egaâ op heur eigen throon verheven;
Heur heilzon had een vroegen ondergang:
'k Verloor haar, eer zij recht mij was gegeven;
Een rouwklacht was mijn eerste welkomstzang -
Mijn wieg stond naast de moederlijke bare:
Helaas! zij kocht mijn dagen met de hare!