49.
De legers der twee volken slaan met beven
Een schouwspel gâ, zoo wreed als ongewoon;
En beurt om beurt door vreugde of vrees gedreven,
Wenscht elk, verbaasd, zijn held de lauwerkroon.
Toch wordt er niet het minste sein gegeven,
Geen kreet geslaakt, geen woord, geen fluistertoon:
Zóó staan die duizende angstig daar en zwijgen
Bewegingloos; maar aller harten hijgen.