50.
Reeds wandelen in 't kamp van oor tot oor
Verhalen van de jammerlijkste ellende.
De Veldheer wenkt, en Aliprand treedt voor,
De aanvoerder van de wakkre stroopersbende,
Een man, dien elk, heel 't Christenleger door,
Als ongeveinsd, goed en eenvoudig kende.
‘Hoe vondt ge, en wáár - verberg ons kwaad noch goed! -
Deez' wapens?’ voert Buljon hem te gemoet.