64.
Zij dus gesmaad, die met één lonk weleer
Den koelsten als een tortelduif deed smachten!
Hoe diep sloeg dát heur ouden hoogmoed neêr!
Verbaasd, gekrenkt, verkropte zij heur klachten:
Zij deinsde, en zocht, waar minder tegenweêr
Haar stuiten zou, een strijdperk voor haar krachten:
Zóó laat een Veldheer de ijzren vesting staan,
En tast in 't veld de leemen hutten aan.