5.
Als ooit Gods gunst den vrede zal herstellen,
En 't Christenvolk, op 't schel trompetgeluid,
Den klepper spoort, het blanke zeil doet zwellen,
En 't Oosten dwingt te scheiden van zijn buit:
Dan moge úw hand den Veldheerstaf omknellen,
Dan waaie úw vlag de fiere vloot vooruit!
Aanvaard dan 't lied, dat ik uw toekomst wijde,
Gij Godfrieds Beeld! en - wapen u ten strijde!