30.
Niet vlugger springt de ranke tijger neêr
Op 't woudgediert', waarnaar zijn honger smachtte,
Dan Otto op den Saraceen, wiens speer
Recht uitgestrekt en onbeweeglijk wachtte.
Eerst nu keert Tankred tot bezinning weêr,
Zich worstlend uit den maalstroom der gedachte.
- ‘Blijf!’ roept hij, ‘blijf! de Heiden is mijn buit!’ -
Vergeefs! te ver is Otto hem vooruit.