59.
Zoo was zij naar Jeruzalem geweken,
Waar Aladijn haar hulp en schuilplaats schonk.
Haar moeder, straks van zwakte en zorg bezweken,
Liet haar verweesd bij de open grafspelonk.
Maar noch de rouw die 't kinderhart deed breken,
Noch de alsemkelk des heimwees dien ze dronk,
Kon in haar ziel 't verliefd verlangen dooven:
Zoo gaat de Min elke andre drift te boven!