4.
Hun leven is een eindloos feestgelag:
Zij spatten uit, zij brassen en gastreeren;
Zij dartelen geheel den langen dag,
En zwijmlen 's nachts op donzen zwanenveêren!
Ons wacht misschien een schandlijk vreêverdrag,
Als - al te ras! - 't gebrek ons uit zal teren,
Ons dreigt de dood der lafaarts in 't verschiet,
Als Mitzraïm niet spoedig bijstand biedt.