45.
‘Geen sprankel word' door iemant meer ontstoken!
Men schors' dit werk van blinde razernij
Zoo lang - tot ik den Koning heb gesproken:
Ik neem de schuld van 't oponthoud op mij!’ -
Haar Vorstenblik heeft d' overmoed gebroken,
De beulenstoet wijkt sidderend op zij'.
Nu rent zij naar den Koning - die heur wegen
Verkort; want zie! reeds snelde hij haar tegen.