60.
De Koning sprak: ‘Hij trok mijn aandacht reeds
Toen 'k als Gezant aan 't Frankiesch Hof vertoefde.
Nog heugt het mij hoe elk om strijd hem prees,
Zoo vaak zijn ros het stuivend krijt doorgroefde.
Geen donsjen op zijn teedre kaken wees
Den Jongling aan; maar al wat hij beproefde,
Zijn houding, zijn gelaat, zijn arm, zijn stem,
't Wekte al te saam' de stoutste hoop van hem!