99.
Zóó stondt ge, Argant! omringd van duizend vreezen, -
Als Belial, ter uwer hulp gereed,
Een nevel, uit den zwarten Styx gerezen,
Bedrieglijk tot een menschenbeeld herkneedt:
't Gelijkt Klorinde in elken trek van 't wezen,
In leest en gang en schittrend wapenkleed;
Schoon zonder ziel, of geest, of denkvermogen,
Het heeft Klorindes stem, Klorindes oogen.