17.
'k Ben Throonheraut van 's Heeren Alvermogen:
'k Verkondig U wat Hij mij zelf gebood.
O blijde maar'! hoe zal ze uw moed verhoogen,
Gij zegepraalt: God is uw bondgenoot!’ -
Hij zwijgt; en is ten hemel ingevlogen,
Waar 't zilver smelt in 't klare morgenrood:
Verbaasd, en door den lichtglans blind geschenen.
Blijft Godfried staan, en staroogt voor zich henen.