19.
Hij roept terstond zoovelen met hem streden
Uit d' ommering op 't eigen punt bijéén,
Geeft wijzen raad, plengt vurige gebeden,
Zendt brief op brief en bode op bode heen.
Al wat een hart verteedren kan en kneeden,
Den moed herroept waar hij gestorven scheen,
Hij voert het aan, zoo vurig, zoo welsprekend,
Dat wie hem hoort Gods zaak de zijne rekent.