5.
Daar staat in een der onderaardsche gangen
Een beeld der Vrouw, die 't vuige Christenrot
Een altaar rookt en hulde doet ontfangen
Als Moedermaagd van een gekruisten God.
Een sluier is rondom het beeld gehangen,
Een eeuwge lamp verlicht de tempelgrot;
En 't Bijgeloof heeft overal de wanden
Beladen met afgodische offeranden.