88.
Zijn krachtig ros rent, als een stootsche bok,
Op Reimont aan, den kop ter aard gebogen:
Maar deze ontwijkt met vluggen zwaai den schok,
Treft 's vijands hoofd en zwindelt uit zijn oogen!
Argant hem na! Langs de ijzren wapenrok
Glijdt weêr zijn zwaard ter neder, en bedrogen
Ten tweeden male, ontfangt hij op 't vizier
Een tweeden slag van 't ridderlijk rapier.