104.
Hij roept zijn volk terstond met wenk en woord
Ter wraak bijéén. - Nu vallen de vizieren,
Nu wordt gejoel en krijgsgeschreeuw gehoord,
Bij 't hinniken der steigrende oorlogsdieren;
Nu schiet van links en rechts een drom hervoort
Met dreigend zwaard en vliegende banieren -
Het kamp verdwijnt; des aardrijks bodem hijgt;
Terwijl de stofwolk tot den hemel stijgt.