99.
Ik wil mijn rug nog eens den vijand keeren:
Hij juiche ook nu, als hij mijn aftocht ziet!
Straks zal mijn zwaard hem andre klanken leeren,
Hem storende in zijn waggelend gebied!
Ik bukken? Nooit! Mijn kracht zal triomfeeren:
Gelijk mijn schand, sterft ook mijn wrake niet.
Zelfs uit het graf zal, meer dan ooit verbolgen,
Mijn bleeke schim heur haters nog vervolgen!’