77.
Van Seïrs top, die al de praalgebouwen
Der Godsstad uit het blaauwend Oost begroet,
Snelt, ondermengd met kinderen en vrouwen,
Een Christenschaar het leger te gemoet.
Zij zijn verrukt des Heeren held te aanschouwen:
Zij strooien hem hun gaven voor den voet,
Bewonderen den wapentooi, en vleien
Het voorrecht af, den heirtros te geleîen.