38.
'k Aanvaardde een vrij en eerbiedwaard gebied:
Geen smet moet op mijn gouden scepter kleven.
Wáár loon of straf gewijzigd dient of niet,
Wáár de eigen wet aan allen moet gegeven,
O, wees verzekerd dat uw Veldheer 't ziet!
Want God heeft hem zijn regel vóórgeschreven!’ -
Dus openbaart de vrome held zijn wil,
En Tankred zwijgt uit heimlijke' eerbied stil.