92.
En Godfried sprak met kalme majesteit:
‘Gij kent nu onze eenstemmige gedachten:
Uw Meester koom'! En zoo hij lang verbeidt,
Dan mag hij op zijn Nijlstroom ons verwachten!’ -
Nu reikt hij hun, terwijl hij ze uitgeleidt,
Geschenken, die geen koning zou verachten:
Hij kiest Aleet een rijken krijgshelm uit,
Het pronkstuk van Niceaas oorlogsbuit.